Er is voorzichtig goed nieuws: het aantal dieren dat bij kinderboerderijen wordt gedumpt, is in 2025 flink gedaald. Tegelijkertijd blijft de druk hoog door de vele verzoeken van mensen die hun dier willen afstaan. Omdat veel kinderboerderijen al voldoende dieren hebben, moet vrijwel ieder verzoek worden afgewezen. Dat blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van Kinderboerderijen Actief en Stichting DierenLot onder kinderboerderijen in Nederland.

Minder dieren achtergelaten

In 2025 werden bij de kinderboerderijen die aan de telling deelnamen gemiddeld 2,4 dieren per locatie gedumpt. Een jaar eerder lag dat nog op 5,5. Dat is bijna een halvering. Het aantal dieren dat uiteindelijk tijdelijk of blijvend kon blijven, bleef ongeveer gelijk. “Hoewel we gelukkig zien dat het aantal dieren dat bij kinderboerderijen wordt gedumpt afneemt, mogen we nooit vergeten dat achter elk dier een verhaal schuilt,” zegt Daniëlla van Gennep van Stichting DierenLot. “Ieder dier dat wordt achtergelaten is er nog steeds één te veel. Een huisdier neem je niet voor even, maar voor zijn hele leven. We roepen mensen daarom op om vooraf goed na te denken of ze de tijd, zorg en verantwoordelijkheid kunnen dragen, zodat dieren niet de dupe worden van een impulsieve keuze.”

De echte druk zit bij afstandsdieren

Waar het aantal dumpdieren daalt, blijft het aantal afstandsverzoeken hoog. In 2025 kregen kinderboerderijen gemiddeld ruim veertig verzoeken per locatie van mensen die hun dier niet meer kunnen of willen houden. Dat zijn er iets minder dan in 2024, maar het blijft veel. In de praktijk betekent dit dat medewerkers regelmatig telefoontjes en mails krijgen van bezorgde of soms wanhopige eigenaren. In 2025 moest 98,4% van de verzoeken worden afgewezen. Slechts een klein deel van de dieren kon daadwerkelijk worden opgenomen of via het netwerk worden herplaatst. Veel kinderboerderijen hebben simpelweg geen plek.

“Bij de vele plaatsingsverzoeken bij kinderboerderijen maken deskundige medewerkers zorgvuldige afwegingen om de vragensteller zo goed mogelijk te helpen bij het vinden van een juiste vaste of tijdelijke plek voor het dier, maar het aantal is te groot voor plaatsing op kinderboerderijen,” zegt Hans de Rijk van Kinderboerderijen Actief.

Vooral konijnen en kippen

Net als in voorgaande jaren gaat het vooral om konijnen en kippen. Deze dieren worden het vaakst gedumpt en het vaakst aangeboden als afstandsdier. Dat bevestigt het beeld dat juist kleinere huisdieren regelmatig worden onderschat in verzorging, huisvesting en levensduur.

Samen verantwoordelijkheid nemen

De cijfers laten zien hoe belangrijk goede voorlichting blijft. Het begint bij bewustwording vóórdat iemand een dier aanschaft. Daarnaast kan samenwerking tussen kinderboerderijen, dierenopvangcentra en gemeenten helpen om eigenaren tijdig te adviseren en passende oplossingen te vinden. In 2026 wordt de inventarisatie voortgezet. Zo blijven we zicht houden op de ontwikkeling van het aantal dumpdieren en afstandsverzoeken. In Nederland zijn ongeveer 400 kinderboerderijen, de ervaringen van de deelnemende locaties geven daarmee een waardevol beeld van wat er in het land speelt.