Dierenwelzijn

Dierenwelzijn

Dierenwelzijn is een veelbesproken onderwerp op kinderboerderijen. Het is belangrijk dat een dier zich goed voelt, gezond is en zijn natuurlijke gedrag kan vertonen. Als kinderboerderij heb je daar een verantwoordelijkheid voor. Daarnaast heeft een kinderboerderij een voorbeeldfunctie naar het publiek op het gebied van dierhouderij en dierenwelzijn. Maar dierenwelzijn is niet altijd eenvoudig te meten en vergt veel kennis van het natuurlijke gedrag van het dier.

Om dierenwelzijn meetbaar te maken is gebruik gemaakt van de Welfare Quality systematiek. Hierbij zijn een twaalftal welzijnscriteria opgesteld en meetbaar gemaakt. Deze is van oorsprong gebaseerd op de vijf vrijheden.

De vijf vrijheden

In 1965 werd door de commissie Brambell de basis gelegd voor de vijf vrijheden. Later heeft de Britse Farm Animal Welfare Council (FAWC) ze opgepakt en uitgewerkt tot de volgende lijst van vijf vrijheden:

  1. Vrij van dorst, honger en onjuiste voeding
  2. Vrij van fysiek en thermaal ongerief
  3. Vrij van pijn, verwonding en ziektes
  4. Vrij van angst en chronische stress
  5. Vrij om zijn natuurlijk gedrag te vertonen

Bij de eerste vier criteria ligt de nadruk op het niet schaden van het welzijn, terwijl tegenwoordig in toenemende mate aandacht is voor de vijfde vrijheid: de vrijheid om natuurlijk gedrag te vertonen. Dit laatste criterium is erg belangrijk, want ook al krijgt het dier de juiste voeding, een comfortabele omgeving, is het gezond en heeft het geen last van stress. Juist het kunnen vertonen van het natuurlijke gedrag is essentieel voor een goed dierenwelzijn.