De dagen ervoor kwam de regen met bakken uit de lucht, maar op donderdagochtend bleef het in Amersfoort droog. Alleen de gasten druppelden langzaam maar gestaag binnen bij Het Groene Huis. Zo’n 70 collega’s uit het GDO-netwerk kwamen er samen voor de jaarlijkse GDO-tweedaagse.
Twee dagen lang draaide het om de vraag: hoe zorg je ervoor dat je als NDE-organisatie herkenbaar blijft, terwijl je werk steeds vaker raakt aan gezondheid, welzijn, voedsel, participatie, jeugdbeleid en de ontwikkeling van buurten en gemeenten?
De jaarlijkse GDO-tweedaagse biedt leidinggevenden en coördinatoren van GDO-organisaties de gelegenheid om elkaar uitgebreider te spreken en samen vooruit te kijken. Dit jaar stond de positionering van ons werk en onze organisaties centraal: waar staan we nu, welke bijdrage leveren we aan maatschappelijke opgaven en welke positie willen we de komende jaren innemen?
De net gepubliceerde PISA-resultaten en de berichten over de beperkte kennis over de natuur bij de jeugd gaven de bijeenkomst een zekere urgentie.

Een speelveld in beweging
Na de opening van de GDO-tweedaagse door bestuurslid Liesbeth Bronkhorst, was er een presentatie van Arno Goossens, senior strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Amersfoort. Hij ging in op de ontwikkeling van de stad en liet zien dat maatschappelijke opgaven steeds minder los van elkaar kunnen worden bekeken. Wat er gebeurt op het gebied van ruimte, leefbaarheid, klimaat en de sociale ontwikkeling van een stad hangt steeds sterker met elkaar samen. Vanuit de visie van Amersfoort staat de bewoner daarbij centraal.
Dat vraagt ook iets van organisaties die in zo’n stad actief zijn. Voor NDE-organisaties betekent het dat er kansen ontstaan om op meer plekken van betekenis te zijn dan alleen binnen het traditionele educatieve domein. Dat betekent niet dat zij zich met elke lokale opgave hoeven bezig te houden, maar wel dat zij vanuit hun eigen kennis en kracht kunnen aansluiten bij opgaven die lokaal spelen.
En precies daar zit ook de zoektocht. Want hoe breder je werk wordt, hoe belangrijker het is om scherp te houden waar je als organisatie voor staat. Als je op steeds meer thema’s actief bent, waar ben je dan eigenlijk van?
Die vraag stond centraal in de bijdrage van Brigit Kuypers van Het Groene Huis. Vanuit de Amersfoortse praktijk vertelde zij over geschiedenis van Het Groene Huis en de ontwikkeling door de jaren heen. Positionering is een terugkerend thema, waarbij soms sleutelmomenten te benoemen zijn.
Dat positionering geen vaststaand gegeven is, maar zich in de loop van de tijd ontwikkelt, werd duidelijk uit het verhaal van Brigit. Soms zijn er daarbij momenten die bepalend zijn voor de koers van een organisatie:
“De brand in 2010 die ons gebouw verwoestte was zo’n sleutelmoment. We moesten verder: eerst zonder gebouw en vanaf 2016 in Het Groene Huis. Wat die plek zou kunnen zijn stond in de Amersfoortse Groenvisie: dat was een mooi richtpunt. Met een breed netwerk van collega’s en groene organisaties geven we daar nu, 10 jaar later, nog steeds invulling aan.”
Van aanbod naar lokale opgave
In de middag verzorgde netwerkcoördinator Arjan Klopstra een inleiding over het belang van plekken, programmering en partnerschappen: hoe wij in het netwerk van GDO-vSKBN vanuit waardevolle lokale plekken, zoals stadsboerderijen, NDE-centra, schoolpleinen en schooltuinen betekenis geven aan de leefomgeving, met goede projecten en programma’s en samen met maatschappelijke partners vanuit verschillende sectoren. Een infrastructuur waar we trots op mogen zijn, maar die niet in iedere gemeente vanzelfsprekend is.
Daarna maakten de deelnemers de vertaalslag naar hun eigen organisatie. Vooraf was iedereen gevraagd het coalitieprogramma van de eigen gemeente erbij te pakken en te zoeken naar onderwerpen waarop we verbinding zien vanuit ons werk. In kleine intervisiegroepen werd vervolgens gesproken over lokale positionering. Niet vanuit de vraag: ‘wat bieden wij aan? Maar wel: ‘wat speelt er in onze gemeente, hoe worden wij nu gezien en welke bijdrage willen en kunnen wij leveren?’
De gesprekken maakten opnieuw duidelijk hoeveel herkenning er tussen organisaties is, maar ook hoe sterk de lokale context bepaalt welke rol je inneemt. Juist daarin zit de waarde van het netwerk: ervaringen delen, van elkaars keuzes leren en niet steeds opnieuw het wiel uitvinden.
Hoewel er overdag al enorm veel werd gepraat, was het tijdens het avondprogramma allesbehalve stil. De gesprekstof was duidelijk nog lang niet op en onderweg naar Bistro Het Lokaal gingen de gesprekken gewoon verder. Ook tijdens de ‘walking borrel’ bleef er volop ruimte om ervaringen uit te wisselen, nieuwe contacten te leggen en verder te praten over onderwerpen die gedurende de dag aan de orde waren geweest.
Samen koers bepalen
Op vrijdagochtend werd van de lokale organisaties uitgezoomd naar het landelijke netwerk. Daarbij sloten ook collega’s vanuit vSKBN aan. Centraal stond het Meerjarenplan van Vereniging GDO en vSKBN en de vraag hoe beide verenigingen de komende jaren gezamenlijk hun positie kunnen versterken.
Daarmee sloot de vrijdag direct aan op de gesprekken van de dag ervoor. Sterke landelijke positionering begint bij organisaties die lokaal weten welke rol zij willen vervullen. Andersom kan een sterk netwerk lokale organisaties ondersteunen met kennis, voorbeelden, samenwerking en belangenbehartiging.
Na de lunch gingen we naar buiten. Op Landgoed Schothorst konden deelnemers kiezen uit een rondleiding over het landgoed, een activiteit op het Middeleeuws Erf, de workshop Vitamine V (over vogels) of een Q&A met medewerkers van Het Groene Huis over de organisatie van NDE in Amersfoort.

Weten waar je van bent
Na twee dagen was er niet ineens één antwoord op de vraag hoe dé NDE-organisatie van de toekomst eruitziet. Organisaties, gemeenten en lokale opgaven verschillen daarvoor te veel.
Wel werd duidelijk dat we met elkaar een grote kracht vertegenwoordigen, vanuit ons lokale werk verbinden we meerdere opgaven en uitdagingen. We vervullen verschillende rollen van educatiecentrum en kennispartner tot netwerk- of uitvoeringsorganisatie, maar zijn in alle gevallen een belangrijke lokale infrastructuur rond natuur en gezondheid
De tweedaagse draaide niet alleen om inhoud en positionering, maar minstens zo veel om ontmoeting en het gevoel onderdeel te zijn van een groter netwerk. Zoals een van de deelnemers het mooi verwoordde:
“De GDO-tweedaagse voelt een beetje als een jaarlijkse familiereünie. Je ziet elkaar niet voortdurend, maar als je samenkomt is er meteen herkenning en verbondenheid. Je wisselt ervaringen uit, denkt met elkaar mee en gaat daarna weer met nieuwe ideeën en energie terug naar je eigen organisatie.”
De tweedaagse is voorbij, maar het gesprek gaat verder. Blijf ervaringen, voorbeelden en vragen over de positionering van jouw organisatie met ons delen. Zo bouwen we samen verder aan een sterk en herkenbaar netwerk. Delen kan altijd met netwerkcoördinator Arjan Klopstra.