Hygiëne

Hygiëne

Op kinderboerderijen komen bezoekers in contact met verschillende dieren. Mensen komen kijken, voelen, aaien en leren op de boerderij. Soms helpen ze mee met de verzorging van de dieren als vrijwilliger. Dit contact brengt, naast dat het een verrijking is, enige risico’s met zich mee. Deze risico’s kunnen met name gelden voor mensen met minder weerstand.

Een groot deel van de bezoekers op een kinderboerderij valt onder deze categorie mensen die relatief gevoelig is voor zoönosen; de zogenaamde Yopi’s (young, old, pregnant, immuno deficiënt, oftewel: jong, oud, zwanger of met verminderde weerstand). De risico’s op het oplopen van een infectie op een boerderij kunnen over het algemeen geminimaliseerd worden als er goed op de hygiëne gelet wordt. De meeste ziektekiemen worden oraal (via de mond) of via de huid overgebracht. Dit nadat er contact is geweest met besmette dieren, voer, water, strooisel etc.

Hogere ziektedruk

De variatie tussen de kinderboerderijen is enorm. Gemiddeld gezien worden er in verhouding veel soorten gehouden op een relatief klein oppervlakte. Dit betekent een hogere ziektedruk en een snellere verspreiding dan bij andere boerenbedrijven. Ook de eigengemaakte producten op een kinderboerderij kunnen een bron van ziektekiemen zijn.

Van de ziekten die op een kinderboerderij voorkomen, is een groot deel overdraagbaar op de mens. Uit onderzoek door de universiteit van Utrecht is gebleken dat veel van de aandoeningen bij de dieren zijn af te leiden uit het gevoerde management. De dierdichtheid, de bouw en de inrichting van de stallen, de hygiëne en de maatregelen bij ziekte van de dieren zijn belangrijke factoren die een rol kunnen spelen.

Welke dierziekten leveren het meeste gevaar op voor bezoekers van kinderboerderijen?
VTEC (Ecoli 0157) is de meest risicovolle zoonose op de kinderboerderij. In 2001 is een jonge bezoeker van een kinderboerderij overleden na een besmetting met VTEC. Het belang van maatregelen en goede voorlichting is groot. Overigens is het ook weer niet nodig om zeer angstig voor allerhande bacteriën te zijn. Op een boerderij kom je in aanraking met allerlei mogelijke ziektekiemen, maar deze leveren bij een normaal hygiënebeleid geen gevaar op voor de bezoeker. De Voedsel- en Waren Authoriteit (VWA) heeft na een aantal ernstige ziektegevallen in 2001 een zogenoemde Hygiënecode opgesteld. Hierin staan de belangrijkste aandachtspunten vermeld. Deze code dient als leidraad voor de verbetering van het hygiënemanagement.