Nederlandse jongeren zouden weinig geven om natuur en milieu. Die indruk bleef hangen na de publicatie van het nieuwe PISA-onderzoek. Maar de uitkomsten vertellen een genuanceerder verhaal, zoals NRC afgelopen week liet zien.
Het opvallendste verschil zit tussen wat jongeren weten en de mogelijkheden die zij zien om iets te doen. Voor het lokale netwerk van Vereniging GDO en vSKBN ligt daar een duidelijke opdracht: verbind onderwijs over natuur en duurzaamheid aan concrete ervaringen in de eigen omgeving.
Van weten naar doen
Meer kennis leidt niet vanzelf tot betrokkenheid of actie. Jongeren moeten kunnen onderzoeken wat er in hun omgeving speelt, hun eigen ideeën ontwikkelen en ervaren dat zij samen iets kunnen veranderen. Goed onderwijs spreekt hoofd, hart en handen aan.
“Door te leren, te beleven en zelf te doen, kunnen jongeren zich een eigen mening vormen over vraagstukken als klimaat, water en biodiversiteit”, zegt Arjan Klopstra, netwerkcoördinator van Vereniging GDO. “Geef hen de ruimte om vragen te stellen en zelf aan oplossingen te werken.”
Dat kan op school beginnen en daarbuiten doorgaan. Leerlingen kunnen de biodiversiteit rond hun school onderzoeken, een schooltuin verzorgen of uitzoeken waar het regenwater in hun buurt naartoe gaat. Zo worden grote onderwerpen concreet en behapbaar.
De plekken en programma’s zijn er al
Nederland heeft een uitgebreid netwerk van NDE-centra, stads- en kinderboerderijen en andere groene leerplekken. Zij helpen scholen om lessen met de praktijk te verbinden. Vereniging GDO en vSKBN zetten zich ervoor in dat deze samenwerking een vaste plek krijgt binnen het onderwijs. Natuur- en duurzaamheidseducatie draagt, net als sport en cultuur, bij aan de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Bij programma’s als Eco-Schools nemen leerlingen in een Eco-Team zelf het initiatief om hun school duurzamer te maken. Ook rond water zijn er programma’s, lessen en gastlessen waaraan we met SME en het lokale netwerk een belangrijke bijdrage leveren. Leerlingen onderzoeken de oorzaken en gevolgen van watertekort, vervuild water en wateroverlast. Ze ontdekken wat deze vraagstukken betekenen voor hun eigen omgeving en wat ze zelf kunnen bijdragen. We doen dat in samenwerking met onder meer waterschappen, drinkwaterbedrijven en het programma Leven met Water van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dat programma helpt Nederlanders om zelf iets te doen aan watervraagstukken, zoals droogte, vervuild water of wateroverlast.
Binnen het Collectief Natuurinclusief werken we aan de verbinding met het onderwijs en het sociale domein. Samen met vele partners ondertekenden Vereniging GDO en vSKBN de position paper Jeugd & Natuur. Daarmee zetten we ons in om kinderen en jongeren structureel met natuur te verbinden.
Een gezamenlijke opdracht
De vraag is dus niet waarom jongeren weinig zouden geven om natuur en milieu. De vraag is hoe we hen meer kansen geven om iets met hun kennis en betrokkenheid te doen. Dat is waardevol voor de natuur en voor het welzijn van jongeren zelf.
Om iedere leerling die kans te geven, zijn losse activiteiten niet genoeg. Daarvoor is blijvende samenwerking nodig tussen scholen, gemeenten, het Rijk en lokale organisaties. Als verenigingen zetten we ons in om die samenwerking te versterken. De plekken, mensen en programma’s zijn er al. Laten we ervoor zorgen dat jongeren er ook daadwerkelijk mee aan de slag kunnen.


