Voor de vSKBN gaat dierenwelzijn over de kwaliteit van leven, waarin het dier een positieve staat van welzijn ervaart en natuurlijk gedrag kan vertonen. Stads- en kinderboerderijen zorgen voor de optimale fysieke en mentale gezondheid van hun dieren met passende huisvesting, goede verzorging en gezonde voeding. Respect voor de eigen waarde van het dier, zijn natuurlijke behoeften en voorlichting en educatie daarover staan centraal.

Onze visie

Het dierenwelzijn op kinderboerderijen staat volop in de belangstelling. Wij vinden dat een goede zaak: het houdt ons scherp en het laat zien hoe belangrijk goede zorg voor de dieren is. Daarom werken wij continu aan het verbeteren van het dierenwelzijn op onze locaties, en delen wij open hoe wij dat doen. Mede daarom is het belangrijk om te laten zien hoe de leden van de vSKBN dierenwelzijn op de locaties vorm geven, waar wij voor staan en waar men ons op mag aanspreken.

Om onze leden te ondersteunen bij het optimaliseren van het dierenwelzijn op de boerderij, verwijzen wij naar de bijsluiters van het LICG (Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren). Hierin staat actuele en praktische informatie per diersoort. Hiermee kunnen de condities op de eigen boerderij worden getoetst en waar nodig verbeteringen worden doorgevoerd. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat niet alle stads- en kinderboerderijen dezelfde mogelijkheden hebben om deze informatie volledig over te nemen.

Voor de uitwerking van deze visie baseren we ons onder andere op:

  • De 6 leidende principes van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) voor positief welzijn in de veehouderij:
    1. Erkenning van de intrinsieke waarde van het dier: respect voor de eigen waarde van het dier als wezen met gevoel dat pijn en plezier kan ervaren.
    2. Goede voeding
    3. Goede omgeving
    4. Goede gezondheid
    5. Natuurlijk gedrag: voldoende mogelijkheden voor het dier om essentiële natuurlijke gedragingen te vertonen en zijn behoeften te vervullen.
    6. Positieve emotionele toestand: het dier moet kunnen reageren op veranderende sociale en fysieke omgeving.
  • De dierenwelzijnsmonitor voor kinderboerderijen van de Dierenbescherming.

Deze visie wordt praktisch uitgewerkt in ons Kwaliteitsbewijs en de bijlagen daarvan.

De kinderboerderij

Wat is een kinderboerderij? Op die vraag is niet makkelijk een duidelijk omkaderd antwoord te geven, daarvoor is het kinderboerderijenlandschap te gevarieerd. We zien kleine boerderijen waar een of meer enthousiaste medewerkers enkele dagdelen per week bezoekers de gelegenheid geven om in contact te komen met de dieren, maar ook grote stadsboerderijen met een groot educatief aanbod en een belangrijke buurtfunctie. Daartussenin bestaan meer varianten dan we hier kunnen beschrijven.

Eén belangrijk kenmerk hebben ze allemaal gemeen: bezoekers op de kinderboerderij kunnen echt met de dieren in aanraking komen en niet alleen achter een hek naar dieren kijken.

Net zo gevarieerd als het soort boerderijen zijn ook de functies die ze vervullen:

Educatie

Elke stads- en kinderboerderij zet zich in om bezoekers respect bij te brengen voor de dieren en te laten zien hoe ze verzorgd, benaderd en behandeld moeten worden. Steeds meer boerderijen werken deze educatieve functie verder uit met aandacht voor natuur, milieu en duurzaamheid. Iedere boerderij maakt hierin zijn eigen keuzes, afhankelijk van locatie, doelstelling en organisatorische mogelijkheden.

Sociaal

Stads- en kinderboerderijen hebben een belangrijke sociale functie als ontmoetingsplek voor iedereen uit de buurt: jong en oud en vanuit alle achtergronden. Maar ook mensen die om verschillende redenen moeilijk aansluiting vinden in onze maatschappij vinden er bij de dieren en bij elkaar een plaats waar ze gewaardeerd en geaccepteerd worden.

Inclusie

Een kinderboerderij is een laagdrempelige plek waar iedereen (jong en oud, arm en rijk) kan genieten van de dieren en meer te weten kan komen over natuur- en milieuaspecten in het algemeen en met name in de eigen woonomgeving. De toegang is bijna overal gratis, waardoor er geen financiële drempels worden opgeworpen.

Het goede voorbeeld

Stads- en kinderboerderijen zijn de plek bij uitstek waar jong en oud leert over dierenwelzijn en wat daarvoor nodig is. Daarom is het belangrijk dat zij altijd het goede voorbeeld geven wat betreft huisvesting, geschikte voeding en dagelijkse omgang met de dieren.

De rookvrije status die de meeste stads- en kinderboerderijen inmiddels hebben bereikt, bewijst dat er ook aandacht is voor gezond gedrag van bezoekers zelf.

Welke diersoorten en welke niet?

Sinds 2025 geldt de Huis- en Hobbydierenlijst. Daarin is het aantal diersoorten dat in Nederland als huisdier gehouden mag worden sterk teruggebracht, wat voor een aantal boerderijen gevolgen kan hebben.

Stads- en kinderboerderijen hebben vrijwel altijd de beschikking over een goed opgeleide dierverzorger. Gezien deze deskundigheid en de educatieve functie van kinderboerderijen is de vSKBN van mening dat voor deze branche (eventueel onder voorwaarden) een versoepeling mogelijk zou moeten zijn.

Het is van belang dat de boerderijen zich niet alleen houden aan de Huis- en Hobbydierenlijst, maar ook kijken naar de eigen mogelijkheden bij uitbreiding van het aantal diersoorten. Is de noodzakelijke kennis omtrent het dier en de gezondheid van mens en dier aanwezig, is er voldoende ruimte voor natuurlijk gedrag en is er voor de diersoorten een duidelijk omschreven educatief doel? Alleen als al deze vragen positief kunnen worden beantwoord, kan overwogen worden om tot uitbreiding over te gaan.

Huisvesting

Op deze plek geven wij alleen algemene lijnen aan voor huisvesting van dieren op de kinderboerderij. Voor een verdere uitwerking per diersoort verwijzen wij naar onze verschillende leidraden.

  • Groeps- of kuddedieren worden in groepen of ten minste in koppels gehouden.
  • Er wordt rekening gehouden met familie- en vriendschapsbanden.
  • Dierenverblijven worden zo ingericht dat het dier soorteigen natuurlijk gedrag kan vertonen, zoals wroeten, graven, klimmen of een modder-, zonne- of waterbad nemen.
  • Dieren hebben bij voorkeur dag en nacht de mogelijkheid om naar buiten te gaan.
  • Dieren hebben altijd een nacht- of schuilhok waar zij zich kunnen afzonderen of terugtrekken van bezoekers of soortgenoten.
  • Dieren hebben altijd de mogelijkheid beschutting te zoeken tegen zon, regen en wind.
  • De verblijven hebben een gezond klimaat en een goede temperatuur en relatieve vochtigheid.
  • De verblijven zijn veilig.
  • De bodemdekking van zowel binnen- als buitenverblijven voldoet aan de behoeften van het dier.
  • Verlichting met kunstlicht moet zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de lengte van de dagen en het bioritme van het dier.

Gezondheid

  • Bij ziekte wordt een veearts of dierenarts geraadpleegd en indien nodig een second opinion gevraagd.
  • Medische verrichtingen worden alleen uitgevoerd in overleg met of door een dierenarts.
  • Rantsoen wordt per dier berekend, rekening houdend met de mate van beweging en fysieke gesteldheid.
  • Dieren krijgen voldoende ruwvoer.
  • Er is een voor medewerkers toegankelijk overzicht met soorten en hoeveelheden groenten en fruit dat elk dier mag eten.
  • Er wordt geen beschimmeld voer gegeven.
  • Hoeven worden bekapt door iemand met relevante opleiding en ervaring.
  • Er is een kalender op de kinderboerderij met alle te verrichten preventiemaatregelen.
  • Er is een voor alle medewerkers inzichtelijk logboek aanwezig waarin alle ziekten, problemen, verrichtingen en andere relevante bijzonderheden omtrent de dieren genoteerd worden.
  • Er is een dagelijkse overdracht via briefing of logboek.
  • De dieren hebben altijd de beschikking over vers drinkwater.
  • Verblijven worden regelmatig goed gereinigd of uitgemest en eventueel ontsmet.
  • Er is een quarantaineruimte aanwezig en een aparte ruimte waar een ziek dier rust krijgt om te herstellen.
  • Er zijn warmtelampen aanwezig voor dieren met ondertemperatuur.
  • Voor groenvoer komen alleen onbewerkte groente en onbewerkt fruit in aanmerking. Onder geen beding wordt keukenafval en (bewerkte) etensresten (swill) gevoerd.
  • Niet voeren: duidelijke en eerlijke informatie geeft bezoekers inzicht in het belang van deze regel.

Aanpak afwijkend gedrag

Probleemgedrag en stereotiep gedrag kunnen wijzen op een verminderd welzijn van een dier. Het dier kan apathisch, angstig, agressief of beschadigend gedrag vertonen (probleemgedrag) of steeds dezelfde schijnbaar doelloze beweging maken (stereotiep gedrag).

Ook dieren die geen afwijkend gedrag vertonen kunnen een verminderd welzijn ervaren. Het is belangrijk dat medewerkers van de kinderboerderij zich hiervan bewust zijn.

Probleemgedrag en stereotiep gedrag komen bij uitstek voor bij dieren in gevangenschap en zijn een uiting van verminderd welzijn. Daarom is het belangrijk om de oorzaak te achterhalen:

  • Heeft het dier voldoende mogelijkheden om zijn natuurlijk gedrag te vertonen?
  • Ook verveling kan een rol spelen. Verrijking van de leefomgeving geeft een dier meer afleiding.
  • Soms komen gedragsproblemen voort uit lichamelijke oorzaken of vanuit de voeding.

Op de site van de vSKBN is meer informatie over verrijking te vinden en staan ook verrijkingstips voor verschillende diersoorten.

Benaderen en hanteren

Of en hoe een dier benaderd kan worden, is vooral afhankelijk van de aard van het dier. Zo zullen bijvoorbeeld prooidieren (zoals konijnen) altijd op hun hoede zijn, omdat oppakken kan betekenen dat ze gegrepen worden door een roofdier.

  • Het is belangrijk dat bezoekers weten dat ze rustig bij de dieren moeten gaan zitten tot die uit zichzelf (wel of niet) naar ze toe komen. Een dier dat wegloopt, wil niet benaderd worden.
  • Dieren moeten altijd een plek hebben om zich af te zonderen of terug te trekken als ze contact met mensen willen vermijden.
  • Als de mogelijkheid van oppakken of knuffelen wordt geboden, dan alleen onder deskundige begeleiding. Dieren op schoot houden heeft niet de voorkeur.

Een belangrijke functie van een kinderboerderij is het informeren van bezoekers over de manier waarop ze met dieren moeten omgaan, niet alleen op de kinderboerderij, maar ook elders.

Het behoeft geen betoog dat alle medewerkers (personeel en vrijwilligers) goed op de hoogte zijn van de manier waarop ze de dieren moeten benaderen en hanteren.

Transport

  • Transport levert altijd stress op. Daarom worden dieren alleen getransporteerd als het echt nodig is.
  • Zieke dieren worden zoveel mogelijk op de boerderij behandeld door de dierenarts of veearts.
  • Is transport toch noodzakelijk? Dan moet er een deugdelijke en voor het dier geschikte trailer of bench beschikbaar zijn. Daarnaast moet rekening worden gehouden met omstandigheden als kou of hitte.

Fokken

Het is van belang dat een kinderboerderij een helder fokbeleid heeft waarin wordt aangegeven waarom er wordt gefokt (doelstellingen) en met welke dieren. In de bijlagen bij het Kwaliteitsbewijs van de vSKBN is een voorbeeld voor zo’n beleid opgenomen.

Door het fokken komen er mogelijk meer dieren op de boerderij dan op het eigen terrein kunnen worden ondergebracht. Het is belangrijk om vooraf na te denken over de vraag waar deze dieren naartoe gaan.

Doelstellingen kunnen zijn:

  • Bijdragen aan de instandhouding van zeldzame Nederlandse huisdierrassen (levend cultureel erfgoed).
  • Bijdragen aan en verbeteren van het ras door het fokken met raszuivere en stamboekwaardige dieren.
  • Stimuleren van natuurlijk gedrag. Voortplanting is een onderdeel van het natuurlijk gedrag en draagt bij aan de natuurlijke dynamiek in een diergroep of kudde.
  • Educatie. Door beleving leren bezoekers meer over voortplanting en jonge dieren.
  • Attractief. Jonge dieren hebben een grote aantrekkingskracht op bezoekers.
  • Regelmatige verjonging van het dierenbestand.
  • Inkomsten. Verkoop van jonge dieren kan zorgen voor enige extra inkomsten, maar het gaat hierbij in het algemeen slechts om kleine bedragen.

Onderlinge uitwisseling van jonge dieren met kinderboerderijen, particulieren (liefhebbers) en houders van stamboekwaardige dieren wordt gestimuleerd. Een belangrijk selectiecriterium daarbij is het karakter van beide ouderdieren. De jonge dieren moeten geschikt zijn voor de kinderboerderij en het veelvuldige contact met bezoekers.

Door de goede kwaliteit, het vriendelijke karakter en de ziektevrije status is voor de meeste dieren een goede plek te vinden bij andere kinderboerderijen en particulieren. Daar doen kinderboerderijen hun uiterste best voor.

Zie ook de bijlage ‘Fokbeleid’ bij het vSKBN Kwaliteitsbewijs.

Opvang- en dumpdieren

Afstandsdieren zijn huisdieren die in goed overleg worden achtergelaten op de kinderboerderij. Dumpdieren zijn dieren die zonder overleg en ongevraagd ‘over het hek’ worden gezet. Bijna alle kinderboerderijen krijgen te maken met afstands- en dumpdieren. Deze kunnen gezondheids- en/of gedragsproblemen hebben en verwaarloosd zijn. Om insleep van ziektes te voorkomen, is het belangrijk om beleid te maken over de manier waarop met deze dieren wordt omgegaan.

Voorkomen is beter dan genezen. Kinderboerderijen kunnen een (beperkte) rol spelen bij het voorkomen van afstand of dumpen van huisdieren door:

  • Het geven van voorlichting en educatie over het houden van een huisdier.
  • Voorlichting over de mogelijkheden om op een goede manier afstand van een dier te doen.
  • Informatie over de (on)mogelijkheden om dieren op de boerderij zelf op te vangen.

In het handboek Kwaliteitsbewijs van de vSKBN is een aparte bijlage gewijd aan afstands- en dumpdieren. Hierin is ook een voorbeeld voor beleid opgenomen, aangevuld met de stappen die gezet kunnen worden om een geschikte nieuwe plek voor het dier te vinden als dat niet op de boerderij kan worden opgevangen. Zie hiervoor de bijlage ‘Opvang en pensionbeleid’.

Levensbeëindiging

Dieren worden alleen bij uitzichtloos lijden op locatie geëuthanaseerd. Ze mogen daarbij geen onnodige opwinding, pijn of lijden ervaren. Daarom is het belangrijk dat dit door een praktiserende dierenarts of andere bevoegde beroepsbeoefenaar gebeurt. In noodsituaties kan van deze regel worden afgeweken. Het gaat dan om dieren die zodanig gewond of ziek zijn dat dit met ernstige pijn of ernstig lijden gepaard gaat en er geen andere praktische mogelijkheid is om die pijn of dat lijden te verlichten.

Zie voor meer informatie hoofdstuk 1.15 van het handboek Kwaliteitsbewijs.

Toezicht en veiligheid

Een kinderboerderij heeft een verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de dieren die op het terrein gehuisvest zijn. Ze moeten beschermd worden tegen onjuist gedrag van bezoekers, maar ook tegen gevaren als brand en mishandeling buiten openingstijden.

  • Goede brandpreventiemaatregelen en rookmelders zijn van groot belang, vooral ook in stalgedeelten.
  • Bij weiden en knuffelhoeken is tijdens openingstijden altijd toezicht.
  • De veiligheid van de dieren moet ook buiten openingstijden zoveel mogelijk gewaarborgd zijn.
  • Bij de ingang staat aangegeven wie in geval van onraad gebeld kan worden.
  • Bij bijzondere gelegenheden (bijvoorbeeld oudejaarsavond) kan het verstandig zijn de dieren zoveel mogelijk binnen te zetten.

In het vSKBN-handboek Kwaliteitsbewijs is een hoofdstuk opgenomen voor de (bijna altijd verplichte) RI&E, met onder andere meer informatie over veiligheid op de kinderboerderij.

Medewerkers

De beste mogelijke zorg leveren voor de dieren, dat is de belangrijkste taak voor de medewerkers van de kinderboerderij.

  • Het is belangrijk dat er aantoonbare deskundigheid is in de vorm van een of meer medewerkers (beheerder of dierverzorger) die minimaal MBO-3 Dierverzorging hebben, maar liefst een MBO-4 opleiding Manager Dierverzorging.
  • Wanneer op de kinderboerderij alleen vrijwilligers werkzaam zijn, moet aantoonbaar gemaakt worden op welke manier voldaan wordt aan de gestelde beroepscompetenties die horen bij een vakbekwaam beheerder.
  • Ook bij afwezigheid van deze medewerker(s) moet goede zorg voor en welzijn van de dieren geborgd zijn en moet op papier staan hoe de verantwoordelijkheden geregeld zijn.
  • Alle beslissingen rondom de dieren worden genomen in overleg met de dierverzorger.
  • Vrijwilligers die met de dieren werken, worden vooraf vakkundig ingewerkt en goed geïnformeerd over de zorg voor de dieren en het soorteigen gedrag van de diersoorten op de boerderij.

Deel deze pagina:

Andere thema's